Er komt een nieuwe Zoef

 
De Patronaatstraat in Spekholzerheide met de voormalige Hollandia bioscoop en verderop hotel-café Mestrini-Eussen, later discotheek Club 208. Foto: archief gemeente Kerkrade

Zoals veel van mijn leeftijdgenoten hoor ik in de jaren van de groei thuis vooral schlagers. Ma is dol op Duitse sterren als René – Rote Rosen, rote Lippen, roter Wein – Carol.
Pa hoort liever Amerikaanse bigbandmuziek. Glenn Miller met name. Millers Moonlight Serenade heeft hij in het oorlogsjaar 1944 leren kennen tijdens zijn opleiding tot soldaat bij de Prinses Irene Brigade in Engeland.

Op een mooie dag in 1963 komt de beat in mijn leven. Het nieuwe geluid komt tot mij dankzij Radio Luxemburg. Waarschijnlijk via het populaire programma Hits aus aller Welt. Ik herinner me heel goed de woorden die bij dat geluid horen: She loves you – yeah – yeah – yeah! We zijn tien, mijn schoolvriendje Matti Habets en ik, als we via de tuinpaadjes van de Heilust naar de Hubertusschool lopen en onderweg luidkeels dit Beatleslied brullen. Wij willen ook zo’n strakke zwarte broek, een zwarte coltrui en de haren lang.

De kleren krijg ik na lang zeuren van mijn moeder. Die lange manen moeten nog een paar jaar wachten. Daar zijn zelfs mijn vrij moderne ouders nog niet klaar voor. Mijn eerste fuif: thuis in de kelder in de Gladiolenstraat. Een jaar of vier jaar later, waarschijnlijk. Weet er niets meer van, behalve dat mijn geheime liefde van dat moment, het vrijgevochten tienermeisje M, ook komt om van die gele Exota limonade te drinken en met andere meisjes te dansen. Wij jongens staan aan de kant en kijken verlegen toe – hoe de meiden dansen op beatmuziek die uit de mono pick-up schalt.

Meer dan vijf singletjes heb ik niet en de schlagers van mijn moeder willen mijn gasten niet horen. Dan maar steeds dezelfde plaatjes draaien. Beide kanten uiteraard, want in die tijd staan nog twee hits op één plaatje!

Ik ga wekelijks naar de beatavond in jongerensoos Zoef in het gemeenschapshuis van Heilust. Daar ontdek ik de platenspeler en de microfoon. Ik word discjockey (zie foto hieronder). Als ik zestien ben, winnen we zelfs een discjockey-wedstrijd in discotheek Royal in de Akerstraat.
We halen alles uit de kast. Ik klets de plaatjes aan elkaar, vriend Hans Leppink vertoont met een gehuurde projector stomme filmpjes van Laurel & Hardy en enkele vriendinnen treden op als Go-Go-Girls. De jury kan niet om ons heen. We worden eerste en winnen honderd gulden. Die gaan op aan drank en snacks voor het winnende team.

 

Daarna dj ik regelmatig. Onder andere bij ‘ma Spierts’, die een kleine discotheek runt in de Industriestraat. Daar verkeert de langharige alternatieve scène van West en ik mag er de zogenaamde niet-commerciële muziek draaien, die overigens net zo commercieel is als alle andere popmuziek: Jimi Hendrix, Led Zeppelin. Blue Cheer, Steppenwolf, maar ook de complete negentien minuten durende versie van In-A-Gadda-Da-Vida van Iron Butterfly.

Als we zelf willen dansen, gaan we naar Club 208, genoemd naar de frequentie van Radio Luxemburg. Dat is zaal Mestrini-Eussen in de Patronaatstraat bij de kerk. Ernaast ligt de Hollandia bioscoop. Wim Frijns is de praatjesmaker achter de draaitafel. Wim, tegenwoordig speaker bij Roda JC, draait de beste dansmuziek van heel Spekholzerheide. Dansen op heerlijke soul zoals I thank you van Sam & Dave.

Wie van vetkuivenmuziek houdt, gaat naar de Herdy, een discotheek in de Akerstraat. Daar vinden regelmatig vechtpartijen plaats. Ik kom er soms. Voel me er wel veilig, want ik ken uitsmijter Jo, die tegenover ons in de Gladiolenstraat woont.
De mijnen zijn nog open. Het rijke Kerkrade-West telt 86 (!) cafés, waaronder de nodige dancings en discotheken.

Daarvan is weinig over na de mijn- sluitingen, de verpaupering en tenslotte de krimp. Maar in Spekholzerheide is tegenwoordig behalve enkele zogenaamde kansenwinkeltjes ook dè hardrocktent van de Euregio te vinden. Aan het Plein ligt Rocktemple. Gevestigd in een voormalig buurtcafé waar in mijn jeugd een kegelbaan is, waar ik als tiener voor vijf gulden een hele avond de kegels opzet.

Rocktemple is een live poppodium waar grote namen uit de hardrockwereld optreden. Zoals binnenkort de Michael Schenker Group en Jeff Scott Soto. Van heinde en verre weten de fans de weg naar deze tempel te vinden. Dat is ook groei.

Muziek lijdt niet onder bevolkingskrimp. De jongeren van Heilust wel. Er is al jaren zo weinig vertier te vinden. De jeugd wordt wel gedwongen om te hangen. De bouw van een nieuw multifunctioneel gebouw op het braakliggende terrein achter de parochiekerk van Onze Lieve Vrouw van Altijd Durende Bijstand kan uitkomst bieden. In dat nieuwe buurthuis komt namelijk een jeugdsoos: Zoef II. Yeah-yeah-yeah!

Om te ervaren wat krimp met mensen doet, moet je de straat op. De journalisten Karin Hillebrand (L1) en Wiel Beijer (Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad) doen in woord en beeld wekelijks verslag vanuit de Kerkraadse wijk Heilust, middelpunt van het multimediale project Mijn Heilust. Op deze plek telkens een persoonlijke beschouwing van Wiel Beijer, die zijn jeugdjaren in Heilust sleet. Deel 17 is gepubliceerd in Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad.

Op maandag 2 mei is er geen tv-reportage op L1.

Over mijnheilust

Journalist bij De Limburger. Bedacht en maakte samen met camera-journalist Karin Hillebrand voor de krant en regionale omroep L1 het multi-mediale project Mijn Heilust.
Dit bericht werd geplaatst in Mijn Heilust, verhalen. Bookmark de permalink .

5 reacties op Er komt een nieuwe Zoef

  1. Ger zegt:

    Zoef II ? Dan moet het wel niet meer lang op zich laten wachten anders “zoeft” ’t voorbij!
    en zingen we een stuk uit “rehab?” I said no, no no van amy laat de wijn thuis!

    Jruss d’r Jer

  2. jo zegt:

    Leuk verhaal, maar in mijn beleving was het de west-side soos, de naam Zoef ken ik niet. De ene week op zaterdagavond een dj of band in de grote zaal en de andere week in de rokerige kelder (waar ook scouting zat)

  3. Jo Willems zegt:

    Heel toevallig zag ik vanavond – dankzij de digitale tv – een uitzending van Mijn Heilust. Ik heb er van mijn tweede tot mijn negentiende (1956 – 1974) gewoond. Ik heb er bepaald geen ongelukkige jeugd gehad. Mijn vader was mijnwerker, zoals de vaders van al mijn vrienden en mijn eerste vriendin, die ik in Zoeff ontmoet heb. Ik heb op de Heilust en Spekholzerheide mijn muzikale smaak ontwikkelt. Samen met mijn vrienden raakte ik al snel bekend met Zappa, Hapsasch, The Savage Rose en al heel snel Beethoven, Tschaikovskij, Berio, Coltrane. Ik was zestien toen. We lazen veel. Ik geloof dat ik veertien was toen ik Der Prozes van Kafka uit de bieb haalde, die toen nog op de Graverstraat lag. En ik was echt niet de enige. Van die periode heb ik veel profijt gehad later in mijn werk als librettist, tekstschrijver. Al die kunst met de grote K. ging moeiteloos samen met de kunst van Club 208 – waar je dansen leerde -, de kunst van de Herdy – waar je leerde van je af te bijten – en de andere kunst van de straat (de eerste drugs, teveel drank, vrijen langs de spoorbaan, asociaal groepsgedrag).
    Wat me opvalt, wanneer ik weer eens in de Heilust terugkeer, is dat ik van de buitenkant niet zo zeer het verschil met vroeger zie. Want geloof me, de Heilust was eind jaren vijftig, jaren zestig en zeventig ook niet bepaald een lust voor het oog. Maar op een zomerse dag kon je een grote vriendengroep zien rondhangen bij de banken op het Sophiaplein. Ook wij hinger vroeger rond, ondanks dat er inderdaad wat vertier was in de vorm van Zoeff en de dancings, de cafés, Roda, de Heilust en andere sport- en muziekverenigingen. Hadden de ouderen indertijd daar minder last van dan die van hedentendage? Ik herinner ik me dat het er vroeger ook soms hard aan toe ging. Het was een ongemakkelijk volk waar ik tussen opgegroeid ben en het was er nog trots op ook. Wat konden ze iemand het leven zuur maken. Daar was menigeen een kunstenaar in.
    Soms denk ik dat het probleem van de Heilust en zijn bewoners is, dat de wereld veranderd is, de Heilust nauwelijks. Ook al ken ik niemand meer van naam, wanneer ik er voor een bezoek aan mijn ouders ben en ik zie de mensen, dan lijkt het werkelijk alsof de tijd een beetje heeft stil gestaan.

  4. Riny zegt:

    Toppie al die bekende verhalen van vroegr. Maar helaas, die tijden zijn jammer genoeg voorbij. Nu door internet heb ik alweer wat contacten met oude bekenden gelukkig.

  5. Mooie verhalen, heb vanaf 1958 tot 1972 op de gracht gewoond en ken natuurlijk club 208. Ik had op een zaterdagavond iets te veel gedronken en vond dat het jezusbeeld voor de kerk ook wel een slokje bier kon verdragen, heb een bierglas met de opschrift “Dit is de man dit is zijn bier” van amstel in zijn rechterhand geplaatst, tot verbazing van de kerkgangers ’s zondagsmorgens. Haalde toen wel nog de krant met “beeldenstormers aan het werk” Wat doe je niet allemaal in je jonge onbesuisde leven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s