Clubhuis voor grijze golf

Op zondagmiddag is er vaak dansen in de ontmoetingsruimte van woonzorgcomplex Spireastraat, gelegen naast de Lupinehof. Foto: Bas Quaedvlieg

Heb ik sjans? In de eetzaal van woonzorgcomplex Lupinehof in Heilust zitten oudere wijkbewoners na een ochtendje zitkegelen aan tafels. Ze wachten op het middagmaal. Het zijn vooral dames. De balans: één man slechts op vier à vijf vrouwen, in deze wijk waar de vergrijzing keihard toeslaat. Vanwege het grote tekort aan mannen wordt in de Lupinehof zelfs noodgedwongen om het jaar een man en een vrouw geproclameerd tot respectievelijk prins en prinses carnaval. Nood breekt wet.

Heb ik sjans? Een van de dames draait haar grijze watergolvenhoofd naar mij om en zegt: „Ik zou jou best mee naar huis willen nemen.” Ik vraag: „Wat zou u dan met me willen doen?” „Op zolder zetten”, zegt de dame en draait zich lacherig om naar haar tafelgenoten. Allemaal vrouwen. Die lachen ondeugend met haar mee. Ik kom niet meer te weten dan „De rest zie je dan wel”.

Het is bijna twaalf uur, dus tijd om te eten. Op het menu staat gebonden tomatensoep of heldere ossenstaartsoep, rundergehaktbal of kalkoenfilet, snijbonen romano of bloemkool in melksaus, puree of gekookte aardappelen en uiteraard het toetje van de dag. Oud worden in Heilust. Een kwart van de bewoners is 55-plus. Deze 55-plusgroep krimpt niet, maar groeit gestaag.

Voor deze groep is onder andere woonzorgcomplex Lupinehof gebouwd. Als ‘toonbeeld voor verzorgd wonen’ uit de grond gestampt op de plek waar ooit woonblokken van vier hoog zonder liften stonden.  54 zorgwoningen met een wijksteunpunt van huizenverhuurder Hestia, een wijkzorgsteunpunt van Zorggroep Meander en ontmoetingscentrum ’t Höfke, bestierd door de bewoners zelf.

Ik denk terug aan oma Lena en opa Wiel, die eind jaren zestig in de Spireastraat komen wonen. Oma heeft als haar grootste vertier eenmaal per week kienen (een soort bingo). Dan is ze apetrots als ze thuiskomt met de hoofdprijs, een mand vol met levensmiddelen. Maar ook met twee pakken koffie of een kilo suiker is ze tevreden. Het gaat om het vertier. Opa is de tuinman en klusjesman van de familie. Als hobby verbouwt hij zijn eigen groente en repareert hij alles wat los en vast zit. Als opa zijn motor of mijn bromfiets uit elkaar haalt en weer in elkaar zet, houdt hij altijd een paar schroeven over.

Naarmate mijn oma en opa ouder worden, holt hun gezondheid achteruit. Ze worden minder mobiel. Rollator en scootmobiel – zoals ouderen van tegenwoordig hebben om vooruit te komen – kennen mijn grootouders niet. Opa ruilt zijn motor in voor een fiets. Oma heeft volgens mij nooit leren fietsen. De twee zijn vooral thuis. Daar komen de kinderen en de kleinkinderen op bezoek. Daar hebben ze het gezellig met goede buren. Verder de televisie en de krant. Een woonzorgcomplex hebben zij nooit van binnen gezien. Alleen het ziekenhuis en de verzorgingskliniek. Om te sterven.

In woonzorgcomplex Lupinehof denk ik: dit had ik mijn oma en opa ook gegund. Hier is het – zoals L1-collega Karin Hillebrand tegen me zegt – prettig oud worden.
Je had hier zelfs kunnen kienen, oma!

Maar beneden in de dagopvang van Meander zou oma Lena het misschien niet zo leuk vinden om te kienen. Daar hebben ze namelijk de prijzen afgeschaft. Tot boosheid van de dames. Een mevrouw vertrouwt me toe: „Je krijgt een koekje voor een rijtje en drie koekjes voor een hele kaart. Ik heb thuis een zak vol met gewonnen koekjes, maar win liever af en toe een fles advocaat.”

Nee, dan is er boven in ontmoetingscentrum ’t Höfke meer te winnen: twee euro voor een rijtje en vijf euro voor een kaart. Het Höfke is een ontmoetingsplek voor bewoners van Lupinehof en voor wijkbewoners, maar die ouderen uit de wijk vinden helaas nauwelijks de weg naar dit clubgebouw voor de ‘grijze golf’.

Een consumptie kost slechts zestig cent. Zes dagen per week zijn er activiteiten. De zevende dag is er meestal dansen bij de buren van woonzorgcomplex Spireastraat.
Behalve kienen is er in ’t Höfke onder andere twee keer per week bewegen voor ouderen, er worden films vertoond, er zijn thema-bijeenkomsten, er wordt gekaart en aan handwerken wordt ook gedaan. De dames borduren momenteel schattige paaskorfjes, terwijl de mannen jokeren. Niet voor geld, zegt organisator Jan van Weert, maar voor de lol. En gefoeteld wordt er ook soms.

Kon mijn oma ook goed, foetelen. Konden ze in Heilust maar foetelen met de gemiddelde leeftijd en er zo een sexy jonge wijk van maken…

Om te ervaren wat krimp met mensen doet, moet je de straat op. De journalisten Karin Hillebrand (L1) en Wiel Beijer (Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad) doen in woord en beeld wekelijks verslag vanuit de Kerkraadse wijk Heilust, middelpunt van het multimediale project Mijn Heilust. Op deze plek telkens een persoonlijke beschouwing van Wiel Beijer, die zijn jeugdjaren in Heilust sleet. Deel 12 is gepubliceerd in de Limburgse kranten op zaterdag 26 maart 2011.

Over mijnheilust

Journalist bij De Limburger. Bedacht en maakte samen met camera-journalist Karin Hillebrand voor de krant en regionale omroep L1 het multi-mediale project Mijn Heilust.
Dit bericht werd geplaatst in Mijn Heilust, verhalen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s