Kelderdeur was altijd open

Hoek van de Papaverstraat en Lupinestraat waar vroeger (aan de rechterkant) de kleuterschool stond. Foto: Bas Quaedvlieg

„Ik dacht dat jij dood was, ouwehoer.” Ik sta op een straathoek in Heilust. Karin Hillebrand filmt verderop de gemeentelijke herfstbladerenblazer. Ze dienen als sfeervolle tussenshots bij het straatinterview met de directeur van woningverhuurder Hestia over de noodzaak van de sloop van vele huizen in de wijk vanwege de bevolkingskrimp. Ik sta op een afstandje te kijken naar het spel van de goudgele bladeren als plots een kennis uit mijn jeugd voor me staat. Ik heb hem al jaren niet meer gezien.

Nadat ik van mijn doodsschrik ben bekomen, vraag ik de oude bekende wat hij de afgelopen jaren zoal heeft gedaan? Hij heeft gezeten, vertelt hij. Schaamt zich er niet voor, want hij moest brommen omdat hij anderen niet heeft willen verraden. Hij was nooit een lieverdje, dat niet. Meer een boefje en dat is beter dan een bandiet. Of niet?

Nu heeft hij een baan, zegt hij. Wil op eerlijke wijze de kost verdienen. Ook dat is Heilust. Karin en ik weten inmiddels dat in deze wijk naast leuke dingen ook zaken gebeuren die de politie liever niet ziet.

Wietplantages worden regelmatig aangetroffen. Ook is vaker sprake van huiselijk geweld. Verder is er behoorlijk wat overlast door oudere werkloze hangjongeren. Of beter gezegd ‘was’, want volgens wijkagent Luc van Hoof is die groep inmiddels voltooid verleden tijd. De luidruchtige hanggroep is tot genoegen van de omwonenden door interne onenigheid uiteen gevallen.

Mijn vrienden en ik waren vroeger ook hangjongeren. Hebben beslist voor overlast gezorgd. In ieder geval maakten we herrie. Als jonge tieners hingen we op de trappen van de kleuterschool op de hoek Papaverstraat-Lupinestraat. Nota bene de plek waar de laatste groep hangjongeren van Heilust tot afgelopen zomer ook vaak te vinden en vooral te horen was.

Na die trappen vonden wij onderdak op de zitbanken op het plein naast het postkantoor. Meiden en jongens. Later ontstond een groep van vooral luidruchtig langharig tuig op twee banken bij de oude lagere school aan de Graverstraat in Spekholzerheide. Tot ongenoegen van een altijd brommende oude man die wij plagend Popeye noemden.

Ook herinner ik me dat leden van bepaalde families uit mijn jeugd weleens een nacht of meer op het politiebureau doorbrachten. Sommigen omdat zij onverbeterlijke maar niet al te slimme inbrekers waren. Minder erg dan bijvoorbeeld de enkele jaren geleden opgerolde Bende van Heilust. Deze uit 35 allochtone en autochtone jongeren bestaande jeugdbende had meer dan honderd misdrijven begaan. Overvallen, inbraken, diefstallen en ‘gewoon’ gezorgd voor straatoverlast. Er was zelfs een tijd lang een samenscholingsverbod van kracht in Heilust.

In mijn jeugd moesten weleens mensen mee naar het politiebureau vanwege een ruzie waarbij de vuisten werden gebruikt. Zelfs huisvrouwen gingen een enkele keer krijsend met elkaar op de vuist. Heb ik zelf gezien. Het hoorde er bij in een volkswijk.

Maar ik voelde me er veilig. Want het was vooral een gezellige volkswijk. Iedereen kon bij ons overdag het huis binnen. Via de voordeur, door simpelweg aan het touwtje te trekken dat voor de kinderen uit de brievenbus hing. ‘Sleutelkinderen’ kenden we niet. Ook via de kelderdeur kon je zonder kloppen binnen. Die kelderdeur stond overdag altijd open. Gestolen werd er nooit iets. Wel geleend.

Bijvoorbeeld een van de flessen van de door mijn vader zelf gemaakte appelwijn. Die fles dronken de buurmannen vervolgens openlijk leeg aan een tafeltje in een van de tuinen. Proostend naar mijn moeder, die het tafereel hoofdschuddend vanaf ons balkon gadesloeg. Mijn vader was uiteraard ‘op de mijn’.

Over dat lenen werd nooit moeilijk gedaan. Ook niet als een buurman die te snel door zijn voorraad heen was uit onze kelder een paar emmers eierkolen leende. De volgende dag zaten de mannen weer gewoon samen op het stoepje voor de voordeur. Dronken ze een fles bier en vertelden sterke verhalen.

Politie-invallen zoals tegenwoordig plaatsvinden, herinner ik mij niet. Nu kan het zomaar gebeuren dat je kinderen zien hoe een politiemacht met aanhang een huis binnenvalt op zoek naar een gemanipuleerde elektriciteitsmeter en een kelder vol wietplantjes. Een vrouw uit Heilust die een kind afhaalt op de basisschool in Kaalheide – Heilust heeft immers al lang geen eigen school meer – zegt ietwat cynisch: „Als je uit Heilust komt, hoef je daar niet altijd trots op te zijn…”

Heilust moet na de sloop en de gedeeltelijke wederopbouw weer de volkswijk worden die het ooit was. Gezellig, onberekenbaar, impulsief, soms zelfs explosief, gezapig, verslapen, wanneer nodig strijdbaar en zelfs lief!

Om te ervaren wat krimp met mensen doet, moet je de straat op. De journalisten Karin Hillebrand (L1) en Wiel Beijer (Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad) doen in woord en beeld wekelijks verslag vanuit de Kerkraadse wijk Heilust, middelpunt van het multimediale project Mijn Heilust. Op deze plek telkens een persoonlijke beschouwing van Wiel Beijer die zijn jeugdjaren in Heilust sleet. Dit is deel 9, gepubliceerd in Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad op zaterdag 12 maart.

Over mijnheilust

Journalist bij De Limburger. Bedacht en maakte samen met camera-journalist Karin Hillebrand voor de krant en regionale omroep L1 het multi-mediale project Mijn Heilust.
Dit bericht werd geplaatst in Mijn Heilust, verhalen. Bookmark de permalink .

2 reacties op Kelderdeur was altijd open

  1. Ger zegt:

    Monique heeft wel gelijk toen ze zei: “Als je uit Heilust komt, hoef je daar niet altijd trots op te zijn…” daarentegen zit ook daar gedeeltelijk het probleem, we hoeven ons er ook niet voor te schamen! Althans zij die het beste met onze wijk voor hebben, zij die dit niet hebben en onze “naam” besmeuren zullen na een grondige sanering van de buurt een andere wijk “onveilig” gaan maken. Is dit de oplossing?….Nee, zeker niet maar elders
    in Kerkrade zorgt men er wel voor dat ze niet in hun wijk terecht komen!

    Als we dan ook nog de mensen die het wel goed menen en er graag wonen, anders koop je er immers geen huis, uit de wijk gaan jagen door de “foute” huizen eventueel af te gaan breken, maak je de problemen alleen maar groter.

    Hoe “bosrijker”het gebied, des te verdekter de “stroper” aan de slag kan gaan!
    immer kan de “stroper” zich direct weer veilig in zijn hutje op de Hei terugtrekken!

    Jruss d’r Jer

  2. Mrs john Systermans-Burgers zegt:

    Hi Ik Ben geboren in de heilust.Getrouwd met John Sijstermans Van Chevremont. geEmigrared 1963 naar Canada,Heb in de Erica straat gewoond tot men 20ste jaar.Woon nu al 48 jaar in Canada .Ik begrijp niet wat met de heilust is gebeurd.Als kind voelde ik me altijd veilig Onze deur was nooit gesloten.En nu lees ik dat een hele troep van de heilust is geworden. foei

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s