Carnaval en kannibalen

Opa gaat deze carnaval als prins Wiel I van ouderencentrum Firenschat door het leven en kleinzoon regeert als prins Marc I over heel Kerkrade-West. Foto: Bas Quaedvlieg

Carnaval in Kerkrade-West is relatief jong. Zoals grote delen van dit stadsdeel nog vrij jong zijn. De VasteloavendsVerainKirchroa-West wordt vier jaar na mijn geboorte opgericht. In 1957. Maar er schijnt voor de TweedeWereldoorlog al een carnavalsvereniging actief te zijn geweest: De Doeëmedrieër.
Carnaval en krimp. Het klinkt raar, maar ook het narrenfeest lijdt onder de ontvolking. Dit jaar regeert Marc 1 inWest. Hij is de 53ste prins van de VVKW, de carnavalsvereniging voor de parochies Gracht, Spekholzerheide, Heilust, Terwinselen en Kaalheide. Hier wonen nog iets meer dan 15.000 mensen, maar dat worden er elk jaar zo’n tweehonderd minder!

Dit betekent dus elk jaar minder carnavalisten. Marc Hermans is een bijzondere prins. Hij is namelijk de allereerste getrouwde prins vanWest en bovendien is hij de papa-prins van zijn prinsesje Anne. Kan tegenwoordig. Gevoeliger ligt dat Marc I niet inWest woont. Het huis van het jonge gezin staat in het centrum op het grondgebied van de KirchröätsjerVasteloavendsVerain. Oei, dat ligt gevoelig in de carnavalswereld, alleen wonen in Heerlen zou erger zijn. Maar gelukkig is de residentie van Marc I in het ouderlijk huis in Spekholzerheide gevestigd. Dat is wat telt, denkt voorzitter Jo Essers van de VVKW, de man die elk jaar de taak heeft een prins te vinden. Dat valt hem elk jaar zwaarder. Niet alleen door de krimp, ook door de economische crisis. Marcs vader is Hans Hermans, bouwondernemer.

Hermans & Zoon. Ondanks de crisis die de bouwsector momenteel hard treft, wil hij graag dat zijn zoon en compagnon prins is. Einmal Prins zu sein, nietwaar? Pa komt uit Heilust. Bracht zijn jeugd door in de Papaverstraat.We zijn ongeveer leeftijdgenoten en kunnen prettige herinneringen ophalen aan een leuke jeugd. De onderaardse hutten, het poffen van
aardappelen, Hans heeft het allemaal ook beleefd. Hans’ vaderWiel Hermans is een bekende carnavalist inWest. Liep vroeger als Einzelgänger mee in de optocht.
Elk jaar een ander thema. Nu woont hij in zorgcentrum Firenschat in Terwinselen waar hij dit jaar prinsWiel I is. Apetrots dat hij op zijn 85ste prins carnaval wordt in het jaar dat zijn kleinzoon het ook is. En op carnavalszondag nog trotser als kleinzoon Marc, die op die dag ook nog jarig is, op de prinsenwagen langs Firenschat rijdt.

De optocht van West voert door alle vijf de parochies. Ik herinner me optochten van vroeger. Toen liepen kannibalen mee. Zwart beschilderde mannen, slechts gekleed in dierenvellen en met bloederige knoken als kettingen om de hals. Die reden in afgedankte  auto’s in de optocht en dronken bier, veel bier. Zij vonden het leuk om vrouwelijke toeschouwers met hun smerige knoken de stuipen op het lijf te jagen.
Die kannibalen behoren gelukkig tot de verleden tijd. Carnaval is tenslotte niet om te schrikken, maar om te lachen. Een keer hebben wij met een groep van het jongerenwerk onder leiding van progressief kapelaan Thei Maas in de optocht meegelopen.We hadden dialectuitdrukkingen letterlijk in het Nederlands vertaald en op briefjes gedrukt die we uitdeelden: Iech han diech dökker gezieë, mer kan nit op diech kómme. Dat wij dan vertaalden in: Ik heb je dikker gezien, maar kan niet op je komen.We hadden er net zo veel lol in als de mensen langs de route. Zelden zoveel gratis bier gekregen.

Als we niet zelf meeliepen, keken we in de Akerstraat naar de optocht. In de Akerstraat en de Industriestraat lagen de meeste kroegen. Daar was de meeste sjtimmung. Na afloop gingen wij naar dancing ’tWieltje. Daar kwamen ook veel ouders een afzakkertje nemen. Jong en oud vierden vroeger nog samen carnaval. In cafés waar je ook kon zitten en waar je over de muziek heen nog een gezellig gesprek kon voeren. Nu staan jeugdige carnavalisten in kroegen vaak als haringen in een ton op de vierkante meter te hossen op keiharde muziek.

Voor oudere carnavalisten is in veel cafés geen plek meer. Zeker als ze slecht ter been zijn en zich verplaatsen met een rollator. Het is tegenwoordig moeilijk de jeugd bij het officiële  carnaval van de mutsen met veren te betrekken. Jongeren hebben steeds minder trek om lid te worden van een Raad van Elf, van zitting naar receptie te moeten lopen en op commando alaafalaaf te roepen, zegt voorzitter Jo Essers. InWest voelen ze de krimp niet alleen aan de moeilijk te bezetten Raad van Elf, maar ook aan het auwwieverbal. Om jonge vrouwen te verleiden als ouwe wijven op stap te gaan, hebben ze inWest de Jong AuwWiever opgericht. Gezellige jonge meiden, die wel zin hebben in deze carnavalsklucht om als oud wijf op stap te gaan en jongemannen het hoofd op hol te brengen. Misschien wel een jongeman van buiten de vergrijsde wijk, om na carnaval verliefd te blijven hangen en samen met het nieuwe liefje actief de krimp te bestrijden.

Over mijnheilust

Journalist bij De Limburger. Bedacht en maakte samen met camera-journalist Karin Hillebrand voor de krant en regionale omroep L1 het multi-mediale project Mijn Heilust.
Dit bericht werd geplaatst in Mijn Heilust, verhalen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s