Boom krimpt niet, wijk wel (3)

Zicht op de hoek Lupinestraat-Anemonenstraat, rond 1960. De huizen zijn inmiddels gesloopt. Foto: gemeentearchief Kerkrade.

Onze wereld was niet zo groot vroeger. Er liep van Heilust een hoofdweg naar Kerkrade en naar Heerlen: de Kaalheidersteenweg. Dat was genoeg om, bijvoorbeeld, in Kerkrade in budgetwinkel De Kleine Winst nieuw beddengoed of in Heerlen in het glaspaleis van Schunck een communiepakje te kopen. Met de bus.

Ik herinner me dat wij jongens met een schrift op de schoot en een potlood in de hand op de groenstrook langs de Kaalheidersteenweg met de rug tegen de jonge boompjes zaten. Nummerborden noteren. Hoe meer, hoe beter. Wie de meeste kentekencombinaties had, was kampioen. Waar die gegevens goed voor waren, wisten we niet, maar het zag er allemaal heel geheim en vooral gewichtig uit.

We spreken over begin jaren zestig. Het woord file kenden wij niet. Wie geen auto had – de meerderheid – nam de bus. LTM, Limburgse Tramweg Maatschappij. Maar dan de busversie. Wie een auto had – dat was de minderheid – liet zijn statussymbool niet voor de deur stilstaan. Mevrouw Haanstra uit de Geraniumstraat herinnert zich tijdens ons bezoek een Indonesische mevrouw die in de jaren zestig een nieuwe auto had gekocht en om te oefenen steeds maar rondjes reed om het pleintje voor de flats van vier hoog in de Gladiolenstraat. Verder durfde zij niet. Ze moet er nog steeds om lachen.

Als mijn vriendjes en ik geen zin meer hadden om nummerborden te noteren en iemand van ons had een bal, dan gingen we een partijtje voetballen op het grasveld langs de steenweg. Een kaal parkje met in het midden enkele zitbanken, waar moeders met kinderwagens elkaar ontmoeten. Ik heb nooit begrepen waarom de gemeente toestemming gaf op ons wijkgazon een garage te bouwen. Alsof van de bouw van zo’n garage de vooruitgang van Heilust afhing.

Een kleine halve eeuw later ligt de voormalige garage er verlaten bij en kunnen we nog steeds nergens een voetbalveldje voor de talentjes uit de wijk ontdekken. Nee, voor de jeugd van Heilust wordt, zo te zien, niet goed gezorgd.

De steenweg – die is opgedeeld in Heerlener-, Kaalheider- en Kerkradersteenweg – was en is een afscheiding. Een grens van asfalt. Aan de overkant Terwinselen, deels de chiquere kant Kerkrade-West. Zeker de Hubertuslaan met zijn in de schaduw van majestueuze bomen gelegen fraaie herenhuizen en zijn wonderschone Botanische tuin, waar in mijn jeugd al de mooiste bloemen bloeiden. Karin Hillebrand kijkt haar ogen uit als we de Hubertuslaan in rijden om bij Jack Vinders te gaan luisteren naar ‘Mieng Heilust’, het liedje dat de populaire dialectzanger schreef voor onze televisieserie. Jack is een jongen van de Heilust. Woonde in de Romeinenstraat, de Spireastraat en de Gladiolenstraat. Hij heeft de overkant bereikt. Woont nu daar waar ik vroeger graag wilde wonen. Mijn eerste kennismaking met Terwinselen dateert van 1958.

Omdat de kleuterschool van Heilust nog niet gebouwd was, moest ik in Terwinselen naar de kleuterklas. We zaten bij nonnen op school, die woonden in het klooster naast de school. Ik zat in de klas van de lange zuster. Haar echte naam weet ik niet meer, maar wel dat ze in mijn ogen héél lang was. En ik weet nog dat de moeders uit Heilust hun kinderen naar de kleuterschool brachten en ook weer kwamen halen. Twee keer per dag, want overblijven bestond nog niet.

In 1960 telde de wijk al zoveel kleuters dat Heilust een eigen bewaarschool kreeg. Die lag op de hoek Lupinestraat-Papaverstraat. Lag, want de kleuterschool is gesloopt, net als de ernaast gelegen meisjesschool, de Barbaraschool. En mijn jongensschool, de Hubertusschool, bestaat ook niet meer. Kinderen van de Heilust gaan tegenwoordig naar school in Kaalheide, Spekholzerheide of Terwinselen.

Karin Hillebrand en ik filmen op het braakliggend terrein achter de kerk van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand waar ooit scholen en huizen stonden. Met de rug naar de kerk dwaalt mijn blik over de groene vlakte. Probeer me namen te herinneren van vrienden die woonden in huizen die er niet meer staan. Zoals Hans Bemelmans en Humphrey Benton. De een langharig, de ander een uitstekend vechtsporter.

Krimp is tegenwoordig in Heilust synoniem voor sloop. Tot 2020 moeten in de wijk 669 woningen gesloopt worden. Dat is bijna evenveel als er begin jaren vijftig gebouwd zijn. Toen mijn ouders met mij in de bloemenbuurt kwamen wonen, stonden hier 868 spiksplinternieuwe huurwoningen te pronken. Eengezinshuizen, twee op een en lage flats. De bomen waren jong en verkeersborden waren er nauwelijks. Niet nodig voor die paar auto’s die toen door onze wijk reden. De verkeersborden zijn nu talrijk, de bomen groot en sterk. Bomen krimpen niet. Wijken wel.

Om te ervaren wat krimp met mensen doet moet je de straat op. De journalisten Karin Hillebrand (L1) en Wiel Beijer (Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad) doen in woord en beeld wekelijks verslag vanuit Heilust, middelpunt van het multimediale project Mijn Heilust. Op deze plek telkens een persoonlijke beschouwing van Wiel Beijer, die in Heilust zijn jeugdjaren sleet. Vandaag deel 3.

Dit verhaal is gepubliceerd in Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad op zaterdag 22 januari. De derde tv-reportage is te zien op dinsdag 25 januari, om 21.45 uur in L1 Laat.

Over mijnheilust

Journalist bij De Limburger. Bedacht en maakte samen met camera-journalist Karin Hillebrand voor de krant en regionale omroep L1 het multi-mediale project Mijn Heilust.
Dit bericht werd geplaatst in Mijn Heilust, verhalen. Bookmark de permalink .

4 reacties op Boom krimpt niet, wijk wel (3)

  1. Ger zegt:

    Bomen krimpen niet, maar een zeer bekende “heilust” boom staat er al jaren niet meer, hij stond op het voormalig terrein van de firma sporcken, heeft menige brand overleeft(als jeugd stookten we er altijd vuurtjes onder die vervolgens ruim 4 tot 5 meter hoge vlammen hadden en de barst van de boom koolzwart kleurden).
    Het was in mijn beleving de hoogste boom die in de Heilust stond en dat moet ook haast wel want alle andere bomen waren relatief jong (15-20 jaar) aangeplant. Toen er destijds eigendomswoningen op gebouwd werden, bleef de boom nog staan pas later toen achter de “grijze huizen” ook gebouwd werd, is de boom geveld, geveld door bouw……en nu, nu is er krimp, voor deze boom kwam de krimp te laat!

    De verslagen van Wiel en Karin laten je steevast terug in de tijd gaan en halen oude jeugd herinneringen op, die we, in een steeds sneller bewegende wereld, ook steeds sneller vergeten. Of is het gewoon zo……………je wordt ouder pappa!

  2. Arie zegt:

    Echt lachen om dit alles te kunnen lezen. Toen de Bloemenbuurt nog letterlijk in de steigers stond trok ook ons kleine gezin in ’54 vanuit Kirchroa naar de Gladiolenstraat (109) . Gemeten naar de maatstaven v.d. jaren ’50 waren dat riante woningen natuurlijk , maar gaandeweg kwamen er bij ons steeds meer kindertjes bij en dan wordt het passen en meten. Het is ook grappig te lezen dat Wiel de wijk met alles d’r op en d’r aan door een katholieke bril herbeleeft. Wij protestanten (eigenlijk waren we niets, maar goed..) hadden wel degelijk al onze kleuterschool in de, jawel, Schoolstraat. Op de hoek het politiebureau waar je met een verhoogde pols langs liep, want de politie, daar moest je voor uitkijken. Verder de Schoolstraat in had je de BLO en helemaal achterin de kleuterschool. Deze is later verhuisd naar de Van de Weijerstraat en stond op het terrein v.d. protestante Julianaschool. Als latere leerling van die school moest je altijd zeer strategisch je route naar huis kiezen en zeker niet door de Romeinenstraat lopen, want de katholieken roken je al op een afstand! Het opgaan in de wijk werd door je komaf ook enigszins bemoeilijkt, want de protestanten waren veelal geen Limburgers, spraken dus niet of nauwelijks het dialect, gingen niet naar dezelfde kerk en vereniging en de vaders werkten meestal niet in d’r koel. Je lag er toch een beetje uit en dat heeft tot gevolg dat je nu, 50 jaren later, door een ietwat andere bril tegen de geschiedenis van Heilust aankijkt. Maar we blijven kijken, het is een machtig leuk project!

  3. hans frohn zegt:

    Vanf 1957 heb ik op Heiveldplein gewoond ( tot 1971 en daarna verhuisd naar een nieuw gebouwde eensgezinswoning in de Kremerstraat ; we haade een prachtig plein voor de deur w waar bijna elke dag gevoetbald werd en ook vaak illegaal op het oude Roda stadion gingen voetballen met grote gropen als er niemand was; kwam het toezicht( dhr qquavlieg en dhr smeets dan vlogen we weg tot de volgende keer; Vlakbij ook de “bende:
    waar we ins zeker in de school vakanties kostelijk amuseerden en enkele keren door de politie werden weggejaagd cq opgepakt als we weer eens een keer het oude gras aanstaken: angst en spannig als we konden ontsnappen en daarna veel plezier;
    Na het 1e jaar op de Martinusschool te hebben doorgebracht( bij meester Schreuder die slechts negen vingers maar toch tot 10 kon tellen daarna naar de ST Hubertusjongenssschool gegaan met heel veel plezier; na school meteen naar de renbaan- naast de protestantse school- voetballen en dan om halfzes thuis moeten zijn om te eten als pap van de mijn thuiskwam.
    vanaf de 5 e klas met gemende klassen waar de “beteren” werden uitgeselecteerd en voorbereid met extra lessen na school(2x per week) ter voorbereiding op de middelbare school) in mijn geval met 3 anderen naar Sint Antonius doctor -hbs in Kerkrade Centrum en die ik mede door de gedegen en bijna fanatieke training van meester Lendfers- hoofd der school) succesvol in 1969 heb afgerond. Mooie tijden waar ik ook nu nog altijd met veel plezier op terug kijk; alhoewel ik al 32 jaar geleden naar Geleen ben verhuisd kom ik nog regelmatig in Kerkrade wandelen en ben dan op zoek naar de nostalgie uit het verleden waarvan helaas al heel veel weg is

  4. Suzanne Genten zegt:

    Ook ik heb jaren in de Heilust gewoond. Wij woonden in de Drievogelstraat, naast de steenfabriek. In 1961 verhuisden wij naar de Crocusstraat. Een kleine rustige straat. Mijn moeder was blij dat wij eindelijk in een ‘normaal’ huis woonden. Een huis met een toilet i.p.v. poepdoos in de schuur. Eindelijk een douche i.p.v. een zinken bad. Ik moest er erg aan wennen. Aan een gewoon huis. Maar uiteindelijk wende het toch. Naar de lagere school ben ik niet in de Heilust geweest, wel mijn twee broers. Ik ging inmiddels naar de Pius XII MULO. Met mij nog veel jongens en meisjes uit de wijk. Ja ook Jaak Vinders. Hij zat in de vierde klas voor mij in de rij. Wij, de kinderen uit de bloemenbuurt, kwamen als wij naar school fietsten, langs de Beheistraosz (Sophiastraat) daar woonden de mensen met geld.
    Ik had er niet willen wonen. Wij konden in de Crocusstraat nog buiten op straat spelen. Nu??
    Ik woon al jaren in Tegelen en ben onlangs nog eens in de Heilust geweest (ik ga als ik in het zuiden ben, altijd gebakken pastei halen op Kaalheide, hebben wij hier niet) het is mijn Heilust niet meer. Jammer, ook al was het een eenvoudige volkswijk het was er in de zestig- en zeventiger jaren fijn om te wonen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s