Lust om in Heilust te wonen (2)

Gladiolenstraat 67. Een woning op de eerste en tweede etage. Trapje naar soort bordes voor drie voordeuren van drie huurwoningen. Foto: Harry Heuts

Toen ik kind was, bestond er geen krimp. Althans geen krimp in de zin van ontvolking, de krimp die de vroegere mijnwerkerswijk Heilust momenteel in een wurggreep houdt. De krimp die leidt tot sloop van honderden huizen. Veel mensen in de wijk beseffen nauwelijks wat Heilust allemaal overkomt.

Ze zien leegstand en sloop, ze zien hun straat verloederen, voelen zich in toenemende mate onveilig en het lukt ze nauwelijks om in deze onoverzichtelijke realiteit een hoopvolle toekomst te zien. Berusting dan maar. De enige krimp die wij kinderen van Heilust vroeger kenden, was: geen krimp geven, de moed niet opgeven. Dat was een eigenschap van de opbouwjaren, eind jaren vijftig en begin jaren zestig.

Bijvoorbeeld als wij, zonen van onderaardse gangenbouwers, een eigen geheim onderaards gangenstelsel groeven op het braakliggend terrein op de hoek van onze straat en dat stortte vervolgens weer eens in. Dan begonnen we gewoon opnieuw. Het was vooral een eigenschap van de volwassen bewoners van de bloemenbuurt: de moed niet opgeven. Als het vandaag niet lukt, dan lukt het morgen beslist. Het had te maken met een bijna grenzeloos vertrouwen in de niet te stoppen vooruitgang. Geloven in blijvend groeiende welvaart. Ons eigen Wirtschaftswunder. Iedereen een televisie, iedereen een auto, iedereen een keer per jaar op vakantie. Kamperen in Heimbach of aan het Lago di Maggiore.
Heilust, wat een mooie naam voor een woonwijk. Volgens de pioniers van deze Kerkraadse wijk moest het een lust zijn om in deze wijk te wonen en te recreëren. Voor de mijnwerkers, de mijnwerkersvrouwen en hun kinderen. Een lust is het verlangen om een behoefte te bevredigen!
Welke behoefte wilden mijn ouders bevredigen toen zij eind 1954 – ik was één jaar – weggingen uit Bleijerheide en gingen wonen in het (nieuwe) Heilust? De bloemenbuurt, een nieuwbouwwijk vol fantasieloos gestapelde bakstenen. In ieder geval wilde het jonge stel een gezinnetje stichten in een huis dat alleen voor hen was en waar niet ook mijn oma en opa woonden. Moderne mensen, met moderne ideeën in moderne tijden.

Het werd Gladiolenstraat 67. Een woning op de eerste en de tweede etage. Een trapje naar een soort bordes voor drie voordeuren van drie huurwoningen, waarvan één op de begane grond en twee erboven. Van onze voordeur ging een trap omlaag naar de kolenkelder. Een andere trap voerde van de voordeur omhoog naar een gang waarop de woonkamer, de keuken met balkon en het toilet uitkwamen. En dan weer een trap omhoog naar de drie slaapkamers.

Als kleine kinderen werden mijn twee zusjes en ik gewassen in een teil in de keuken. Warm water direct van het met eierkolen gestookte fornuis. Elke vrijdagavond feest. Op die ene keer na, toen mijn zusje staande op het aanrecht riep: ‘Kijk mam, ik kan duiken’. Ze dook en scheurde haar wenkbrauw open. Veel bloed en een blijvend litteken. Maar wie liep geen litteken op tijdens zijn jeugdjaren?

Gladiolenstraat 67. Ik wil er graag nog eens binnen. Om op het balkon te staan en uit te kijken op het uitzicht van mijn jeugd. Tegen mijn collega Karin Hillebrand zeggen: daar woonde Lei met wie ik bij Heilust voetbalde, aan de overkant woonde Marcel die later mijn collega op de krant zou worden, hiernaast José, een van mijn eerste liefdes en daar Funs die we vanwege zijn loopje pestend Hop Sing noemden en daar …

Maar helaas, de huidige bewoner heeft geen zin in een nostalgische pottenkijker. Zijn goed recht. Dus gaan Karin en ik naar de achterzijde van ons huis van toen, kijken vanuit de tuin van de familie Haanstra in de Geraniumstraat. Oude kennissen van mijn ouders, die nog steeds in de wijk wonen. Klaas Haanstra werkte met mijn vader op de mijn Willem-Sophia. Hij kwam uit Drenthe. Zijn vrouw uit Friesland. Protestanten in een katholieke wijk.

Ze zijn nu oud, de Haanstra’s. Hun gezondheid is broos, zeker die van meneer Haanstra. Ze zijn blij met ons bezoek. Komen bijna nooit meer op straat, vertellen ze bij een kop thee. Eindelijk weer eens praten, herinneringen ophalen aan vroeger, toen het een lust was om in Heilust te wonen. Zelfs voor protestanten in die katholieke wijk. Ook al scholden wij katholieke kinderen hun kinderen zingend uit: protestantse apen, liggen in bed te gapen. Om vervolgens weer samen te gaan voetballen en dan maakte het niet uit of de bal katholiek was of protestant. Die lust ondervinden de Haanstra’s niet meer. Voor hen te veel honden, te veel onverschilligheid, te veel hufterigheid in Heilust anno nu.

Om te ervaren wat krimp met mensen doet, moet je de straat op. De journalisten Wiel Beijer (Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad) en Karin Hillebrand (L1) doen in woord en beeld wekelijks verslag vanuit Heilust, middelpunt van het multimediale project Mijn Heilust. Op deze plek telkens een persoonlijke beschouwing van Beijer, die in Heilust zijn jeugdjaren sleet.

Dit verhaal is gepubliceerd op zaterdag 15 januari 2011 in Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad. Zie ook www.limburger.nl De tweede reportage is op maandag 17 januari te zien op L1 om 21.45 in L1 Laat.

Over mijnheilust

Journalist bij De Limburger. Bedacht en maakte samen met camera-journalist Karin Hillebrand voor de krant en regionale omroep L1 het multi-mediale project Mijn Heilust.
Dit bericht werd geplaatst in Mijn Heilust, verhalen. Bookmark de permalink .

8 reacties op Lust om in Heilust te wonen (2)

  1. Ger zegt:

    Geweldig, dit lezende zie je gewoon alles voor je, zoals het vroeger was (al was dat voor mij zelf wel een 15 tal jaren later) Maar ook toen was het nog goed vertoeven in de Heilust. En gangen graven……wij bouwden ondergrondse hutten, gingen er met kaarsen in zitten en onze eerste sigaretten roken! Vuurtjes stoken en aardappelen roosteren en dat alles op het enige min puntje in de Heilust…..het braak liggend terrein van de firma Sporken Geweldig!!! Ruziën met rivaliserende jongeren, ze vangen en vastbinden, elkaar met stenen bekogelen (gelukkig werd er nooit iemand echt gewond) noem het maar op.
    Grote verschil met nu….Als een volwassen kwam en zei dat we moesten stoppen was er gelijk respect en werd dat opgevolgd! Wat een heerlijke jeugd jaren heb ik er meegemaakt zeg en dan ben ik echt nog relatief jong!

    Wiel bedankt voor die geweldige Flashback, mijn dag kan niet meer stuk.

    Wordt vervolgd>>>>>

  2. Eierkolen. wij haalden steevast ‘mudje 4’ . Ik voorop de fiets in een zitje en de kolen achterop onder de snelbinder. Je werd gewassen in een grote zinken teil en dan met een grote handdoek om voor de kachel gezet. Kijken naar vuur, door mica kachelruitjes, vergezeld door de klanken van Trini Lopez, Frank Sinatra en Elvis Presley. Als je opgedroogd was mocht de pyama aan en kreeg je karnemelkse pap of custardpudding.

  3. lies reijnders zegt:

    ik ben geboren in 1955 ,geraniumstraat. Goed bevriend met helma en ik kwam bijna dagelijks bij fam. Beier over de vloer. Hele fijne herrineringen. Het is leuk om iets over onze plek te lezen ,we hebben er een super leuke jeugd beleefd. Jammer dat het zo is veranderd. ps. Lei is mijn broer en de fam. Haanstra onze buren. hoop nog meer te lezen ,dank je wel Wiel.

  4. Romy zegt:

    Wat ben ik jullie dankbaar voor dit projekt. Als westerling in Limburg (sinds 20 jaar)
    voel ik me ondanks of misschien wel dankzij de krimp erg thuis en welkom in Kerkrade
    Ik blijf het programma volgen en wens jullie veel succes!!

    • Ger zegt:

      Na 20 jaar Heilust hoor je bij het interieur en zeker niet meer tot de “outsiders” Ook is het zeker niet zo dat mensen uit de Heilust geen “nieuwkomers” willen zien maar wat ze wel willen is dat ze zich gedragen!

  5. Leo zegt:

    Geweldig om dit te lezen. Ik zie het nog helemaal voor me, ook al is het 45 jaar geleden. Die unieke sfeer van toen blijft altijd in je zitten.
    De Heilust is intussen sterk veranderd. Dat is op zich niet erg. Wat ik hoop is dat in de nabije toekomst meer en meer jonge gezinnen hun plek daar weten te vinden en net zo gelukkig worden zoals wij vroeger, met het weinige dat we hadden. En dat ze er later net zo’n fijne herinneringen aan over houden.

  6. jack Hermans zegt:

    Fijn dat ik nu weer iets positiefs lees,ik ben zelf ook groot geworden in de papaverstraat 43 .
    en heb hele goeie herinneringen aan deze tijd .
    zelf heb ik met veel vrienden veel bomen geveld met een bijl of oude zaag,op de weide achter de gladiolenstraat waar nu het papaverplein is.
    en ook aan de ondergrondse hutten heb ik goeie en slechte herineringen .zoals die keer dat gedaan werd wie het eerst in de grote hut was.
    Ik was heel snel binnen maar nog sneller buiten met een jaap van een litteken op mijn hoofd, door een roestige spijker.
    Ook de speeltuin aan de gladiolenstraat, waar de kinderen wel met 30 tegelijk aan het wachten waren op de beheerder dhr Kryewinkel tot dat hij openmaakte geweldig.
    Zo ook die keer dat gevoetbald werdt op het grasveld voor de anemonestraat,
    met zeker 15 jongens,
    toen pieerre vemeulen naar buiten kwam en vroeg of hij mee kon voetballen.
    en wij nee zijde omdat hij niet kon voetballen.
    Jaren later heeft nog in het nederlandselftal gespeeld.
    Nee ondanks de krimp heb ik hele goeie herrineringen,
    en zie ik ook een hele positiefe ontwikkeling voor deze wijk voor de toekomst
    Groetjes jack.

  7. cellulitis zegt:

    Waarlijk boeiend! Bent u wellicht van plan nog meer van zulke artikels te schrijven? Laten we het hopen. Ik ben in ieder geval in hoge mate verrast. Ga bovenal zo door.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s